Nieuwe Arbowet-regels sinds 1 juli 2026: wat betekent dit voor de BHV binnen uw organisatie?

Gepubliceerd op 4 september 2026 om 13:08

Sinds 1 juli 2026 gelden aangescherpte regels voor de betrokkenheid van werknemers bij gezond en veilig werken. De wijziging van artikel 12 van de Arbowet heeft ook rechtstreeks betrekking op de bedrijfshulpverlening (BHV). Werkgevers moeten werknemers betrekken bij onderwerpen die van invloed zijn op de arbeidsomstandigheden binnen de organisatie. Wat betekent deze verandering voor werkgevers en welke rol spelen BHV, de RI&E en een goede BHV-opleiding hierin?

Veilig en gezond werken is voor iedere werkgever een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Sinds 1 juli 2026 is de rol van werknemers daarbij nadrukkelijker vastgelegd in de Arbowet.

Volgens het Arboportaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moeten werkgevers in alle bedrijven hun werknemers raadplegen over het arbobeleid. Dit geldt dus niet alleen voor grote organisaties, maar ook voor kleinere werkgevers.

Een belangrijk onderdeel daarvan is de inrichting van de bedrijfshulpverlening (BHV).

Wat is er veranderd sinds 1 juli 2026?

De wijziging heeft betrekking op artikel 12 van de Arbowet. Dit artikel gaat over de samenwerking tussen werkgevers en werknemers bij het vormgeven van gezond en veilig werken.

Sinds 1 juli 2026 moeten werkgevers werknemers betrekken bij onderwerpen die invloed hebben op de arbeidsomstandigheden binnen de organisatie.

Het Arboportaal noemt daarbij onder andere:

  • de inrichting van de bedrijfshulpverlening (BHV);
  • de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E);
  • deskundige bijstand;
  • aanvullende deskundige bijstand en de arbodienst;
  • voorlichting over werkzaamheden en de bijbehorende arbeidsrisico's.

Werknemers krijgen daarnaast nadrukkelijker de mogelijkheid om voorstellen te doen en advies te geven over gezond en veilig werken.

Voor werkgevers betekent dit dat BHV niet uitsluitend iets is dat van bovenaf wordt georganiseerd. Ook werknemers moeten op passende wijze worden betrokken bij de manier waarop de bedrijfshulpverlening binnen de organisatie wordt ingericht.

Geldt dit ook voor kleine bedrijven?

Ja.

De nieuwe regels gelden volgens het Arboportaal voor alle bedrijven, groot én klein. Bij organisaties met een ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) kan de raadpleging via deze vertegenwoordiging plaatsvinden.

Wanneer er geen OR of PVT is, of wanneer een bedrijf minder dan tien werknemers heeft, moeten de belanghebbende werknemers rechtstreeks worden geraadpleegd.

Dit maakt het onderwerp ook relevant voor kleine ondernemers en het mkb.

Overigens geldt voor de ondernemingsraad een andere grens: een OR is in beginsel verplicht bij organisaties met 50 of meer medewerkers. De Rijksoverheid geeft meer informatie over de regels rond een ondernemingsraad en personeelsvertegenwoordiging.

Welke rol speelt BHV binnen de Arbowet?

De verplichting om bedrijfshulpverlening te organiseren is niet nieuw.

Volgens het Arboportaal moet iedere werkgever bedrijfshulpverlening organiseren en één of meer BHV'ers aanwijzen. Hoe de BHV precies wordt ingericht, is afhankelijk van onder andere de omvang van de organisatie en de risico's die binnen het bedrijf aanwezig zijn.

BHV'ers hebben onder andere taken op het gebied van eerste hulp, het beperken en bestrijden van brand en het evacueren van personen bij noodsituaties.

Het is daarom niet voldoende om simpelweg iemand binnen het bedrijf als BHV'er aan te wijzen. De bedrijfshulpverlening moet aansluiten op de daadwerkelijke situatie en risico's binnen de organisatie.

De RI&E vormt de basis voor een passende BHV-organisatie

Een belangrijk begrip hierbij is de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

Volgens het Arboportaal vormt de RI&E de basis van het arbobeleid. Werkgevers brengen hierin de arbeidsrisico's binnen hun organisatie in kaart en stellen vervolgens een plan van aanpak op om deze risico's te beheersen. Een bedrijf met minimaal één medewerker moet in beginsel een RI&E hebben.

De risico's kunnen per bedrijf enorm verschillen.

Een kantooromgeving heeft bijvoorbeeld andere risico's dan:

  • een bouwbedrijf;
  • een magazijn;
  • een zorginstelling;
  • een horecabedrijf;
  • een fabriek;
  • een kinderopvangorganisatie.

Daarom bestaat er niet één BHV-organisatie die voor ieder bedrijf hetzelfde kan worden ingericht.

Het aantal benodigde BHV'ers en de kennis en vaardigheden die zij nodig hebben, moeten aansluiten bij de risico's van de organisatie. Het Arboportaal geeft eveneens aan dat het aantal BHV'ers afhankelijk is van de grootte van het bedrijf en de aanwezige risico's.

Ook de RI&E-regels zijn in 2026 gewijzigd

De wijziging van artikel 12 is bovendien niet de enige recente ontwikkeling rond arbeidsveiligheid.

Sinds 1 juni 2026 geldt een vernieuwde erkenningsprocedure voor branche-RI&E-instrumenten. Deze instrumenten helpen organisaties binnen een bepaalde branche om arbeidsrisico's systematisch in kaart te brengen.

Voor bedrijven met maximaal 25 medewerkers kan een erkend branche-instrument onder bepaalde voorwaarden betekenen dat de bedrijfsspecifieke RI&E niet afzonderlijk hoeft te worden getoetst. Het Arboportaal heeft hierover in juni 2026 een uitgebreide toelichting gepubliceerd.

Meer informatie is te vinden op de officiële pagina over de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E).

Wat betekent dit voor de opleiding van BHV'ers?

Een veelgestelde vraag is aan welke opleidingseisen een BHV'er precies moet voldoen.

De Arbowet schrijft volgens het Arboportaal geen specifieke vorm of inhoud van een BHV-opleiding voor. Wel moeten BHV'ers goed worden opgeleid en moet de opleidings- en trainingsbehoefte worden afgestemd op de situatie en de RI&E van het bedrijf. Het Arboportaal benadrukt daarnaast dat BHV zoveel mogelijk bij de praktijk moet aansluiten en dat oefenen en nascholing belangrijk zijn.

Dat onderscheid is belangrijk bij een online BHV cursus.

Online leren kan een toegankelijke manier zijn om BHV-kennis op te doen en bestaande kennis te onderhouden. Tegelijkertijd moet een werkgever altijd zelf beoordelen welke opleiding, praktische vaardigheden en oefeningen noodzakelijk zijn voor de specifieke risico's binnen de eigen organisatie.

Een werkgever in een kantooromgeving kan immers met andere risico's te maken hebben dan een organisatie waar dagelijks met machines, gevaarlijke stoffen of kwetsbare personen wordt gewerkt.

Kan een BHV cursus online worden gevolgd?

De Arbowet schrijft dus niet voor dat een BHV-opleiding uitsluitend klassikaal moet plaatsvinden. De wettelijke verantwoordelijkheid blijft echter bij de werkgever: de bedrijfshulpverlening, opleiding en vaardigheden van BHV'ers moeten passend zijn voor de risico's die uit de RI&E naar voren komen.

Een online BHV cursus kan daardoor een efficiënte manier zijn om medewerkers kennis bij te brengen over onderwerpen zoals:

  • eerste hulp bij ongevallen;
  • brand en brandbestrijding;
  • ontruiming en evacuatie;
  • handelen bij verschillende noodsituaties.

Randstad Cursussen biedt hiervoor de Online Turbo BHV Cursus, waarmee deelnemers de theorie volledig online en in eigen tempo kunnen doorlopen.

Afhankelijk van de risico's binnen een organisatie kan aanvullende praktijktraining of oefening noodzakelijk of verstandig zijn. Werkgevers moeten dit beoordelen aan de hand van hun RI&E en de daadwerkelijke werksituatie.

Regelmatig oefenen blijft belangrijk

Het afronden van een BHV-opleiding betekent niet dat een organisatie vervolgens jarenlang niets meer hoeft te doen.

BHV'ers moeten hun kennis en vaardigheden op peil houden. Hoe en waar bijscholing precies wordt geregeld, schrijft de wet niet in detail voor. Het Arboportaal geeft aan dat dit per organisatie kan verschillen en adviseert daarnaast om minimaal eenmaal per jaar een ontruimingsoefening te houden.

Een goede BHV-organisatie bestaat daarom uit meer dan alleen een certificaat.

Denk onder andere aan:

opleiding → oefenen → evalueren → bijscholen → RI&E actualiseren → BHV-organisatie aanpassen waar nodig.

Meer toezicht door de Nederlandse Arbeidsinspectie

De wijziging van artikel 12 heeft nog een belangrijk gevolg.

De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft volgens het Arboportaal meer mogelijkheden gekregen om toezicht te houden op de verplichting om werknemers bij het arbobeleid te betrekken. De Arbeidsinspectie kan handhavend optreden wanneer werkgevers werknemers onvoldoende betrekken.

Voor werkgevers is dit een extra reden om niet alleen te kijken naar de aanwezigheid van BHV'ers, maar naar het volledige veiligheidsbeleid.

Vragen die organisaties zichzelf bijvoorbeeld kunnen stellen zijn:

  • Is onze RI&E nog actueel?
  • Is onze BHV-organisatie afgestemd op de risico's uit de RI&E?
  • Zijn er voldoende opgeleide BHV'ers beschikbaar?
  • Weten medewerkers wat zij tijdens een noodsituatie moeten doen?
  • Wordt er voldoende geoefend?
  • Worden werknemers betrokken bij beslissingen over veiligheid en BHV?
  • Worden wijzigingen binnen de organisatie meegenomen in het arbobeleid?

BHV in 2026: meer dan alleen een certificaat

De ontwikkelingen in 2026 laten zien dat veilig en gezond werken steeds nadrukkelijker als een gezamenlijk proces van werkgever en werknemers wordt benaderd.

Voor werkgevers blijft BHV een wettelijk onderdeel van het arbobeleid. Tegelijkertijd moet de inrichting ervan aansluiten bij de risico's van de organisatie en worden werknemers sinds 1 juli 2026 nadrukkelijker betrokken bij het beleid rondom gezond en veilig werken.

Wie zijn BHV-beleid actualiseert, doet er daarom verstandig aan om BHV, opleiding, RI&E en werknemersparticipatie in samenhang te bekijken.

Wilt u medewerkers op een laagdrempelige manier BHV-kennis laten opdoen?

Bij Randstad Cursussen kunt u de Online Turbo BHV Cursus volledig online volgen. Na bestelling kunt u direct starten met de cursus.

Voor organisaties die meerdere medewerkers willen opleiden, zijn er daarnaast mogelijkheden voor volumekorting.

Dit artikel is informatief van aard. Voor de actuele wettelijke verplichtingen en de inrichting van bedrijfshulpverlening binnen uw specifieke organisatie adviseren wij de officiële informatie van de Rijksoverheid, het Arboportaal en de Nederlandse Arbeidsinspectie te raadplegen.